accueil - historique - agenda - articles - devenir membre du C.N.L.
Membre du C.N.L.?
Utilisateur mot de passe


3000 yaar van chinese munten


Vertaald uit het Frans door Jos VANDEBROUCK

Munten zijn voor de Chinezen per definitie objecten die door hun functie bedoeld zijn als ruilmiddel voor goederen en diensten. Maar een munt is vooral een object dat verblijft onder de hemel, zoals het bloed in het lichaam: een te grote intrinsieke waarde van het monetair systeem riskeert zijn functie in het gedrang te brengen, in die mate dat het uit circulatie wordt genomen om ‘opgespaard’ te worden. Het houdt dan op een munt te zijn om te evolueren naar een waarde zoals het goud, jade, zilver, edelstenen, bronzen vazen, horens van de neushoorn, schild van een schildpad, enz... (1)

Voor een goed begrip: niet het gewicht is belangrijk maar de diameter, die toelaat de waarde te bepalen. Dit kan gaan van een waarde van 10 tot 1 waar de verhouding in gewicht van 1 tot 3 kan gaan. Men heeft een Peng van 1000 stuks gevonden waarvan het gewicht varieerde van 12 à 2 gram. Doordat munten gewoon als werktuig beschouwd werden, gemakkelijk gegoten konden worden, hebben we een enorme hoeveelheid variatie aan munten terug gevonden. Munten werden ook al snel vervangen door biljetten (Vde e na Chr.).

De vormen van ‘geld’ waren zeeschelpen (XIV-X de e v Chr.) maar deze schelpen waren fragiel en niet genoeg voorradig. Daarom werden ze soms vervangen door exemplaren in been, steen of in brons, dan genoemd: ‘mierenneuzen’.

De volgende vormen van geld waren heel natuurlijk dagdagelijkse werktuigen die volgens periode en regio verschilden:
- Schoppen (Wei, IVe e v Chr.), met vierkante voet (Zhao, V-Iie e v Chr.), met ronde schouders (Wei, IVe e v Chr.)met puntige voet (Zhao, V-IIIe e v Chr.), met ronde voet (IV-IIIe e v hr);
- Messen (origine: Zuid-Siberië), als een naald (VIII-Ve e v Chr.), puntig (Yan, Zhao, VI-Ve e v Chr.)
- MINGDAO (yan, V-IIIe e v CHR,) rechte, (Zhongshang, ZhaoV-IIIe e v Chr.), Qidao (Qi, V-IIIe e v Chr.)

In de vlakten opteerde men echter voor ronde vormen met een ronde opening in het midden (IV-IIIe v Chr.) of rond met een vierkante opening (Qi, IIIe e v Chr.).

Tijdens de periode van de strijdende koninkrijken (453-222 v Chr.) veralgemeent zich het gebruik van de ronde vorm met vierkante opening, de sapèque, die definitief aangenomen wordt door de dynastie Qin (221-207 v Chr.) en door Keizer Qin Huangdi, de eerste die China éénmaakt.

Die eerste sapèques dragen gedurende lange jaren de inscriptie banliang of halve liang (de liang is een eenheid van gewicht).

Deze banliang werd reeds gebruikt dor sommige volkeren van de Qin (ca 378-300 v Chr.) doch het gebruik veralgemeent zich in heel China onder de Qin dynastie (255 v Chr.) en zal in gebruik blijven tot tegen het einde van de westelijke Han dynastie onder keizer Wu (87 v Chr.).

Zoöok met de wuzhu, ttz vijf zhu (de zhu is ook een eenheid van gewicht), gebruikt vanaf 113 v Chr., maar dat enkel zonder onderbreking gevolgd wordt vanaf het rijk van de Xuandi (73-49 v Chr.), de westelijke Han tot aan het einde van de Sui dynastie (618 n Chr.). In tegenstelling tot de banliang had de wuzhu vele varianten met 2 of 4 letters.

Deze reeks zal onderbroken worden door de tussenregering van Wang Mang (7-22 n Chr.) die een heel specifiek muntstelsel kende met een terugkeer van het oude muntstelsel (met teksten in omgekeerde naalden/wijzers) kopieën van messen die eerder lijken op een sleutel, schoppen, ronde stukken met 4 karakters en vooral een hele reeks van stukken me t2 karakters, houchuan (munt).

Opmerkelijk in deze periode zijn de stukken met 4 karakters van keizer Xuan (578-580 n Chr.) die zijn eigen schrift gebruikt, het zogenaamde ‘en tendon de jade’.

Bij het aantreden van de Tang dynastie (618-907 n Chr.) vertaalt de vernieuwing zich in een model van munt met kruisvormige karakters. Zo zullen vanaf dan alle sapèques uitzien.. Deze stukken dragen over het algemeen de inscriptie Kai yuan tong bao (munt van het nieuwe rijk). De karakters kay yuan worden vervolgens vervangen door de nianhao van de keizer , t.t.z. de titel die men hem geeft welke die van zijn bewind is. Op deze sapèques wordt geen waarde meer aangegeven en moet beschouwd worden als waarde 1, de munt heeft geen naam en wordt aangeduid door qian (munt, stuk,…). Vandaag praten de Chinezen nog steeds in stuk, tiende, honderdste.

Voor meerdere waarden wordt het karakter tong (courant, gebruikelijk) vervangen door zhong (zwaar). Wanneer men een yuan karakter vindt, betekent dit dat het gaat om een belangrijkste munt van het bewind… De keerzijde is in het algemeen zonder inscriptie maar men komt er soms merken van uitgifte, waarden, regeringsjaren, enz… tegen. Ondanks deze eenheid is Chinese numismatiek verre van monotoon en biedt enkele verrassingen zoals het schrift phags ‘ba, speciaal gecreëerd om het Mongoolse schrift om te zetten op een muntstuk van de Yuan dynastie (1260-1368 n Chr.), Mongools volk dat China veroverd had. Of een antieke Mandchou op de stukken van Taitsu (1616-1627 nChr.), oorlogsaanvoerder uit Mandsjoerije die China veroverde en postuum keizer gekroond werd door de Qing dynastie (1644-1911 n Chr.), Mandjous die heel China hebben veroverd.

Ook hier gaat de verandering van dynastie de numismatiek veranderen, als de voorzijde hetzelfde uitzicht behoudt met in kruisvorm de nianhao en tong bao, wordt de plaats van uitgifte of het atelier automatisch op de keerzijde afgebeeld, in het begin in het chinees en mandsjou, later in het mandsjou alleen.

Onder Whenzong (Xianfeng) (1851-1861 n Chr.) verschijnen de sapèques in grote modules met meervoudige waarden (10, 50, 100) met aanduiding van de waarde op de keerzijde. Guangxu (1875-1908 n Chr.) realiseert geslagen stukken en niet meer gegoten. Onder keizer Xuantong (Puyi) (1909-1911 n Chr.), de laatste keizer, worden de laatse sapèques gegoten.

Vanaf 1905, de tijd van de concessies, geeft Guangxu stukken uit van het klassieke type (zonder vierkant gat) in het chinees maar met engels (copper coin, ten cash…) en de naam van het atelier in ons alfabet. Cash is de engelse naam die door de vreemdelingen gegeven werden aan chinese munten.

Voorheen circuleerden voor de handel mexicaanse en europese zilveren stukken met tegenmerken.

Tot het einde van de sapèques komt er geen enkel figuratief teken voor op de munten. Enkel op de ‘klassieke’ munten van het einde van het bewind van Guangxu dat men een draak ziet opduiken.

Het is wachten op de revolutie van de Chinese Republiek (1911-1945) dat het gebruik van figuratieve tekens algemeen wordt (vlaggen, sterren, reproducties van klassieke schoppen,…) en de eerste menselijke voorstellingen (bustes van de vaders van de revolutie). In deze periode krijgt de munt de naam yuan.

De Chinese Volksrepubliek (1949- ) schaft alle portretten af (behalve voor enkele herdenkingsstukken) om enkel het symbool van de Republiek te behouden. In 2000 herneemt de bank van de Chinese Volksrepubliek het slaan van munten en wordt het symbool van de Republiek vervangen door bloemen.

(1) François THIERRY, Monnaies de Chine, Paris, Bibliothèque Nationale, 1992.


auteur : Philippe GRAULICH



Contact: cerclenumismatiqueliegeois@gmail.com